Sint-Truiden/Maaseik/DiepenbeekWat waren de laatste woorden van Limburgse verzetsstrijders die tijdens de Tweede Wereldoorlog werden geëxecuteerd? Truienaar Danny Janssen roept alle Limburgers op om mee te zoeken naar deze verloren boodschappen.
Geike Put 8 maart 2025 om 03:00
“Ik ben ervan overtuigd dat er nog brieven verborgen liggen op zolders, in oude dozen of diep in familiearchieven”, zegt Truienaar Danny Janssen. Als vrijwilliger bij vzw Helden van het Verzet gaat hij in Limburg op zoek naar afscheidsbrieven van verzetsstrijders uit de Tweede Wereldoorlog. “Dat zijn niet zomaar brieven, maar de laatste woorden van mensen die hun leven gaven voor onze vrijheid.”
Elk van deze brieven vertelt een uniek, aangrijpend verhaal. “De verzetsstrijders schreven nog enkele regels aan hun familie, hun geliefden, soms met een trilling in de hand, wetende dat ze nooit meer terug zouden keren. Dat mogen we niet laten verloren gaan”, legt Janssen vastberaden uit.
Zijn zoektocht maakt deel uit van het project Laatste Woorden, een initiatief van de VUB-leerstoel Sporen van het Verzet en de vzw Helden van het Verzet. Het doel is om zoveel mogelijk afscheidsbrieven te verzamelen van de meer dan 15.000 Belgische verzetsmannen en -vrouwen die door de Duitse bezetter werden geëxecuteerd. Onder die verzetsmensen zouden zo’n 2.000 tot 3.000 Limburgers zitten.
Geheven hoofd
De afscheidsbrieven waren een laatste teken van leven van de verzetsstrijders. “Op de vooravond van hun executie mochten velen nog snel een brief schrijven van de Duitsers”, legt Danny uit. “Het was hun enige kans om nog afscheid te nemen van hun familie.”
De meeste verzetslieden verlieten het leven met geheven hoofd. Sommigen spraken in hun brief over hun geloof en hoop op een beter België. Anderen gaven praktische instructies mee, zoals waar ze begraven wilden worden en of de huur al was betaald. Maar bovenal probeerden ze hun partner en kinderen nog snel enige troost te bieden.

Jean Mobers
Jean Mobers, een 29-jarige verzetsstrijder uit Maaseik, wist dat zijn lot bezegeld was toen hij zijn afscheidsbrief opstelde. “Aan allen een hartelijk vaarwel: het onvermijdelijke moest gebeuren”, schreef hij in zijn laatste woorden. “Dat de goede God jullie allen behoede, daarvoor heb ik trouwens altijd gebeden,” schreef hij, om af te sluiten met een zin die zijn onwrikbare overtuiging samenvatte: “Ik sterf met moed voor mijn vaderland.”
Mobers was actief binnen het netwerk Comète, een ontsnappingslijn die tussen 1941 en 1944 meer dan 800 neergeschoten geallieerde piloten hielp ontsnappen naar Groot-Brittannië via de Pyreneeën.
Zijn leven nam een tragische wending kort na de geboorte van zijn zoon Henri. Op 18 juni 1943 ontving hij een gekleurde kaart – een gecodeerd waarschuwingssignaal dat hij moest onderduiken. Mobers beschouwde het echter als een vals alarm. Korte tijd later werd hij gearresteerd door de Duitse bezetter. Op 19 april 1944 werd hij in Ludwigsburg geëxecuteerd.

Jean Achten
Enkele dagen eerder, op 11 april 1944, beleefde in het beruchte Fort van Breendonk verzetsstrijder Jean Achten zijn laatste momenten. “Binnen een uur word ik doodgeschoten”, schreef de Diepenbekenaar in zijn afscheidsbrief. “Wees niet te diep bedroefd, niet voor eeuwig is mijn afscheid. Ik vraag u allen oprecht vergiffenis moest ik u bedroefd hebben.” Met een onwrikbaar geloof in een hiernamaals sloot hij af: “Tot wederzien in den Hemel.” Die dag werd hij samen met 23 andere verzetsstrijders geëxecuteerd.
Als gemeentelijk ambtenaar en verzetsstrijder leidde Jean Achten een dubbelleven. Hij opereerde onder de codenaam “Jules”. Net als Jean Mobers, sloot de Diepenbekenaar zich, samen met zijn verloofde Marie, aan bij de Comète-lijn. Daarnaast was Achten actief in de inlichtingengroep “Luc-Marc”, een onderdeel van het Geheim Leger, dat waardevolle informatie doorspeelde aan de geallieerden.
Op 11 januari 1944 werd Achten gearresteerd door de Geheime Feldpolizei. Hij werd opgesloten in het Fort van Breendonk, waar hij werd gemarteld en op 2 maart 1944 ter dood veroordeeld wegens spionage en hulp aan de geallieerden. Hij werd op 11 april 1944 op 30-jarige leeftijd gefusilleerd.

Jacques Loneux
Ook Jacques Loneux uit Sint-Truiden probeerde zijn familie nog wat troost te bieden: “Gij moet niet treuren om mij. Ik heb alles met dapperheid aanvaard tot mijn laatste ogenblik”, schrijft hij in zijn afscheidsbrief naar zijn vrouw en kinderen. ”Aan mijn gansche familie vele kussen uit de verte. Dag allemaal en tot wederzien in den Hemel.”
Loneux werd op 30 november 1943 geëxecuteerd in het Fort van Breendonk. “Over zijn verzetsverleden is weinig bekend”, zegt Janssen. “Daarom is het essentieel dat mensen brieven, doodsprentjes en andere documenten over verzetsstrijders goed bewaren en ons bezorgen. Alleen zo kunnen we hun verhalen levend houden.”
Vergetelheid
Met zijn onderzoek hoopt Janssen mensen bewuster te maken van het verzet in Limburg. “Veel namen zijn in de loop der jaren in de vergetelheid geraakt. Door deze brieven te verzamelen, geven we hen opnieuw een stem. We laten zien wie ze waren, wat hen dreef en welke opofferingen ze deden.”
Hij benadrukt dat elke brief, hoe klein ook, een belangrijke bijdrage kan leveren. Mensen die zulke brieven in hun bezit hebben of weten waar ze te vinden zijn, kunnen contact opnemen met Danny Janssen of vzw Helden van het Verzet. “Deze brieven verdienen een plaats in onze geschiedenis”, besluit de Truienaar. “Het is een laatste eerbetoon aan onze helden.”
Bron: Het Belang van Limburg